59 balie. Groote gedeelten zijn reeds opgeknapt van allerlei uitwassen ontdaan en 't is een genoegen, er langs te loopen. Na een zaaltje, waarin op de ergerlijke verwaarloozing van verschillende monu menten gewezen wordt, als de middeleeuwsche Bakkerspoort en de veelomstreden Geertekerk, waar de boomen door 't dak groeien, komt de laatste afdeeling met plannen voor herstel van geheele complexen. Allereerst de Ganzenmarkt, een pleintje achter 't stadhuis, dat door afbraak van een rij woningen aan de Korte Minrebroederstraat vergroot is. Op dat gedeelte is nu een straatwand in 't gezicht gekomen, die op de aanwezige maquette ver beterd is, evenwel zonder bepaalde richtlijn blijkbaar, want van de twee gepleisterde trapgeveltjes is 't rechtsche hersteld en de buurman vervangen door een ander. Hetzelfde gebeurde met enkele wanproducten uit de vorige eeuw; sommige blijven om een onnaspeurlijke reden behouden, andere worden vervangen. Het fraaie roodbruingesauste huis op den hoek van de Annastraat. krijgt natuurlijk weer een surrogaat zeventiende-eeuwsche glaspui voor 't aardig crêmegepleisterde winkeltje. En de verflaag gaat van de steen. Waarom heeft men daar toch zoo het land aan? Ook veel gevels van leelijken baksteen zouden ermee op te knappen zijn. Maar beschouwen we een grooter plan, het stuk Oude Gracht tusschen Gaards- en Maartensbrug betreffende, waar de werven ontbreken en de huizen onmiddellijk uit 't water oprijzen met vaak loggia's in de kelderverdieping. Dit plan is ont worpen door een groepje jonge Utrechtsche architecten, die hun bedoelingen in een proclamatie toelichten: „Wij jongeren willen dezen weg bewandelen. Wij zien den eersten stap om tot een betere maatschappij of tot stadsverfraaiing te komen niet in het zinloos restaureeren van oude gebouwen in ëen vorm waaraan wij reeds lang ontgroeid zijn, maar willen beginnen bij het jk en als diens eerste uiting, waarin hij zich als mensch tegenover Gods schepping uitspreekt, het schoone ambacht weer in eere hersteld zien". Zij willen alleen die panden verbeteren, die „Ambachtelijk of in massa als uiting van de eenheid van het gezin verknoeid zijn". Beschouwen we nu die verbeteringen op de prenten van den achterkant der huizen aan de Lijnmarkt, dan blijken de genoemde jongeren nogal eens in botsing te komen met hun principes, want zij wijzigen den grappigen smallen ingezwenkten top met fronton van No 44, in een nuchteren tuitgevel; No 50 krijgt een saaiere in deeling; bij No 28 staat als toelichting: „slecht huis, niets van te maken"; 't krijgt dus een nieuwen gevelmaar als we den huidigen toestand beschouwen, zien we een harmonische oude pui met een deur voorzien van bovenlicht met kruis- roede in goede omlijsting en een uitstekend schuifraam (met vijfentwintig ruitjes) ernaast. De overige huizen worden ontpleisterd, in fraaiere couleuren geverfd en van een betere raamindeeling voorzien. Bij een enkel object is dit reeds gebeurd, n.1. No 20 naast 't trappensteegje Hanengeschrei. Dit is 't vorig jaar afgebikt en ziet er wat schimmelig uit door de achtergebleven pleisterrestjes,maar architecto nisch is veel gewonnen, vooral door 't aanbrengen van een steunbeer naast een kelderboog aan den steegkant. Na eenige panden, waarbij er zijn, die als „leuk huis" getypeerd worden, volgt tenslotte het hoekhuis No 2 „ongewijzigd niet omdat het een mooi huis is, maar ook deze huizen hebben hun bekoring. Zie het gele huis van Willink (schilderij)".

Periodieken van Erfgoed Vereniging Heemschut

Heemschut - Tijdschrift 1924-2018 | 1944 | | pagina 12